Wanneer twee mensen trouwen, hebben ze de vrijheid om hun afspraken vast te leggen, bijvoorbeeld over de vermogensverdeling of pensioenrechten. Dit gebeurt doorgaans via huwelijkse voorwaarden. Zo kunnen ze bijvoorbeeld afspreken dat er geen gemeenschap van goederen ontstaat of dat ze geen pensioenverevening regelen bij een echtscheiding. Maar wat gebeurt er als partners vóór het huwelijk een overeenkomst maken waarin ze afzien van partneralimentatie na de scheiding? Dit is een kwestie die veel juridische vragen oproept.
Juridische Kaders: Artikel 1:400 BW en de beperking van contractsvrijheid
In principe zou je zeggen: waarom zou het niet mogelijk zijn om van tevoren af te spreken dat er na de echtscheiding geen alimentatie betaald hoeft te worden? De wet biedt echter bepaalde grenzen. Artikel 1:400 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) stelt dat overeenkomsten die afwijken van de wettelijke verplichtingen voor levensonderhoud nietig zijn. Dit geldt ook voor afspraken over partneralimentatie die vóór het huwelijk worden gemaakt, zo wordt vaak betoogd door advocaten en rechters.
Wat zegt de Hoge Raad?
Er is veel discussie over de vraag of een dergelijke voorhuwelijkse overeenkomst wel of niet geldig is. De Hoge Raad heeft zich al eerder uitgesproken over dit onderwerp. In een uitspraak uit 1980 (HR 7 maart 1980, ECLI:NL:HR:1980:AB7449) werd de vraag behandeld of een overeenkomst waarin men vóór het huwelijk afziet van alimentatie, valt onder artikel 1:158 BW. De Hoge Raad oordeelde destijds dat deze bepaling slechts betrekking heeft op overeenkomsten die tijdens het huwelijk zijn gesloten. De vraag of artikel 1:400 BW van toepassing is op voorhuwelijkse alimentatieovereenkomsten bleef echter onbeantwoord.
Kan de contractsvrijheid gewaarborgd blijven?
In de juridische literatuur wordt betoogd dat de nietigheid die volgt uit artikel 1:400 lid 2 BW niet van toepassing zou moeten zijn op voorhuwelijkse overeenkomsten over alimentatie. Het argument hiervoor is dat de artikelen die gaan over levensonderhoud (zoals kinderalimentatie) specifiek zijn geschreven voor verplichtingen tussen familieleden en niet voor ex-echtgenoten. Partneralimentatie is immers niet automatisch verplicht volgens de wet; het is een beslissing die de rechter kan nemen bij een echtscheiding, maar de rechter is hierin niet altijd verplicht om alimentatie toe te kennen.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Hoewel het juridisch gezien mogelijk is om contractueel af te spreken dat er geen alimentatie na de scheiding zal zijn, blijkt dit in de praktijk vaak problematisch. Rechters stellen namelijk regelmatig dat een dergelijke overeenkomst, zelfs als deze notarieel is vastgelegd, niet bindend is. Dit heeft vaak als gevolg dat een ex-partner toch alimentatie kan eisen, ondanks dat er vóór het huwelijk afspraken zijn gemaakt over het afzien hiervan.
De Romeinse wijsheid: Pacta sunt servanda
Dit roept de vraag op: waarom zou een overeenkomst over alimentatie anders behandeld worden dan andere contractuele afspraken? De Romeinen gaven ons de wijsheid “Pacta sunt servanda”, wat betekent dat afspraken nagekomen moeten worden. Het lijkt onwenselijk dat een vooraf gemaakte afspraak over alimentatie niet zou worden gerespecteerd, zeker als beide partijen bewust akkoord gingen.



